Met je kruin tegen de hemel…

Ooit, voelde ik me moederziel alleen op mijn spirituele pad. Geen bondgenoot, handreiking of bijstand kwam ik tegen tijdens m’n expeditie. Ik voelde me net zo verdrietig als ’n gewonde achtergelaten pelgrim waarvan men de waarde niet inzag en niet mee geassocieerd wilde worden. Ik voelde me boos en afgewezen omdat ik dacht elke stap alleen te moeten zetten. Maar de reis waar ik aan begonnen was kende geen terugweg en de enige optie die ik had was doorgaan. Dus eenzaam en verbeten onderging ik de ontberingen te voet op m’n eenpersoons bedevaart op weg naar ‘t heilig oord diep in mijzelf.

Ik doorkruiste eindeloos grote onvruchtbare dorre vlaktes vol met boze gedachten. Daar waar eenzaamheid heerser was, was al wat leefde, vrolijk en mooi was verdwenen. Er was werkelijk niets moois te beleven. Enkel maar leegte.. en leegte.. Een enkele keer dacht ik oases van geluk te bespeuren maar dat bleken fata morgana’s te zijn. Hoe kon het ook anders, eenzaamheid was heerser en boosheid voerde het gezag.  Helemaal alleen dwaalde ik daar met als enige metgezel mijn eigen boze gedachten. De vlaktes waren hartverscheurend en leken grenzeloos. Totdat ik op een gegeven moment doodmoe werd van het negatieve geklaag en gejammer van mijn ‘metgezel’ en besloot er niet meer naar te luisteren. Ik kon het gewoon geen aandacht meer geven wilde ik deze vlakte overleven. En al lopende werd mijn metgezel steeds stiller en stiller..

De dorre vlaktes kregen kleine groene grassprietjes en langzaamaan werden de enkele sprietjes kleine veldjes. En zo liep het stapvoets over in de meest prachtige groene velden. Velden die vol stonden met waanzinnig mooie bloemen die mij vol lof toewuifde en juichten. Ik voelde me verrukt en vereerd dat zij daar zo op mij stonden te wachten. Het was een zalige afwisseling en ik voelde me groeien en geliefd door al die heerlijke vleierij. Hier kon ik wel eeuwig blijven. En op den duur begon ik de mierzoete bekoring van de bloemen te geloven en wilde alleen nog maar met hen vriendjes zijn. Zij gaven mij zo’n goed gevoel! Maar telkens als ik dichterbij een bloem kwam om het te bekijken of aan te raken werd het stil en draaide zijn kopje om alsof het mij niet wilde kennen. Na enige tijd kreeg ik door dat de bloemen er niet voor mij stonden en dat het wuiven en juichen niet om mij ging. Het was schijnbaar gewoon wat die bloemen deden! Lachend om mezelf dat ik er zo ingetuind was besloot ik niet meer naar deze bloemen te luisteren en besloot mijn pad verder te vervolgen.

En daar kwam ik tegen de heuvels en bergen die bezaaid waren met overgave en echo’s van triomfen. In eerste instantie schonk ik er geen aandacht aan. Ik bedwong de ene heuvel na de andere, de ene berg na de andere. Incasseerde de pijn, de omstandigheden en de vermoeidheid als een noodzakelijk kwaad, als een dapper eenmansleger met één missie. Onverstoorbaar ging ik volledig op in mijn pad. En ongeïnteresseerd liep ik langs de overgave en echo’s van triomfen heen of stapte er prompt overheen. Niet interessant en geen tijd voor..

Maar onverstoorbaar of niet ook ik had af en toe een kleine pauze nodig om uit te rusten, te schuilen en mijn wonden te likken na al dat geklim en geklauter. En tijdens die pauzes kreeg ik steeds meer aandacht voor mijn omgeving. Ik begon om me heen te kijken en me af te vragen wat ik nou toch in hemelsnaam steeds tegen kwam… Overgave en echo’s van triomfen? Ze waren niet van mij… Dat wist ik zeker. Me overgeven? Aan wie? Aan wat? En de echo’s had ik al helemaal niet achtergelaten want wat had ik nou overwonnen? Het leek alsof ze waren achtergelaten door voorgaande pelgrims.. Wat had dat te betekenen?

Uiteindelijk of ik kan beter zeggen ‘eindelijk’… kwam daar het moment dat ik volledig uitgeput was. Doodmoe van de eenzame, koude en harde tocht zeeg ik ter plekke op de hoogste berg wanhopig ineen. Op m’n knieën, met de imposante bergtop in het zicht maar te leeg en moegestreden staarde ik naar de hemel. En met het laatste beetje lucht in mijn longen schreeuwde ik mijn laatste pijn eruit; IK GEEF ME OVER!!! IK… GEEF…ME…OVER!!! Ik was klaar. Klaar met vechten, incasseren en aan gedachten hechten. Ik was klaar met alleen mijn pad. Ik was klaar om me over te geven aan al dat was en al dat zou komen. Ik was klaar voor liefde. Liefde voor het moment, mijzelf en alles en iedereen. Miljoenen tranen leken er over mijn wangen te stromen, tranen die een zee konden vullen maar naar een rivier stroomde. Een rivier waar alle tranen m’n voorgangers en mij in samen kwamen en samen stroomde. Dit waren geen tranen van verdriet of zelfmedelijden zoals ik die gekend had. Maar tranen van ontroering, van bevrijding, van liefde. Liefde voor alles wat leeft… Tranen die het leven voeden. Die vier woorden vanuit het diepst van mijn ziel bleken overgave én triomf te zijn. Ik… geef… me.. over.

Door het wassende water van de rivier vol liefde liep ik door en door en door..Omhoog en verder en verder.  Het zuivere water genas mijn wonden en spoelde mijn vermoeide hoofd schoon. En met elke stap werd ik lichter en lichter, het voelde niet meer als klimmen niet als tegen de stroom in maar zachtjes met de stroom mee. Liefde droeg mij naar boven. En daar stond ik dan ineens… op het hoogste puntje van de berg. Met mijn blote voeten op moeder aarde en met m’n kruin tegen de hemel, volmaakt te zijn..

Daar, daar op dat hoogste puntje met het meest majestueuze uitzicht dat ik ooit heb mogen aanschouwen overzag ik pas hoeveel “kilometers” ik had afgelegd en hoe hard ik had gevochten. Maar ook hoeveel bijstand ik had gehad van de zon, de wind, de maan en alle fluisteringen van ‘t universum. Dat ik nooit was afgewezen maar dat er voor elk mens ’n ander pad is. Dat deze paden soms elkaar kruizen en soms een stukje hetzelfde maar dat uiteindelijk ieder zijn eigen pad te vervolgen heeft. Dat is geen afwijzing dat is ontmoeten en loslaten.

Daar zag ik ook dat ik nooit alleen was geweest. Het was ik die blind en doof was voor een ander. Ikzelf was in isolement weggezakt omdat ik ervoor koos alleen te zijn met mijn eigen gedachten. Daar, daar zag ik pas in dat er helemaal geen dorre vlaktes waren geweest maar dat ik het zo ervoer vanwege mijn boosheid. Dat de bloemen in de velden niet vals of gemeen waren maar gewoon bloemen waren. Hun vleiende woorden waren niets anders geweest dan willekeurig windruis door hun mooie blaadjes heen. Het klonk prachtig maar ik hoefde er niets mee.. Daar, daar kwam het inzicht dat er helemaal geen heuvels en bergen waren geweest. Maar dat ik me simpelweg ’n weg baande door de verwachtingen en overtuigingen van mijzelf en de ander. Verwachtingen en overtuigingen die ik ook had kunnen negeren maar ik besloot zelf de “klim” aan te gaan..

Daar, realiseerde ik mij pas dat ik nooit eenzaam of vergeten was. Dat ik al eeuwig op reis ben en altijd zal blijven. Dat ik was waar ik zijn moest en ben waar ik zijn moet. Ik ben. Samen op reis met alles en iedereen voor altijd. Een reis vol met mooie ontmoetingen. Daar, met m’n voeten op moeder aarde en met m’n kruin tegen de hemel, sta ik steviger en liefdevoller in het leven dan ooit. En net zoals de mijne zal ook jouw reis nooit af zijn lief mens. Het is onze reis. Samen moeten we door. En of je voeten nou kapot zijn, je in dorre vlaktes begeeft of op hoge eenzame bergen waant … loop door, loop door… je bent niet alleen. Vele zijn je voorgegaan en vele zullen je volgen. En waar wij allen ons ook begeven op ons pad…we weten hoe je je voelt. Blijf dus niet verslagen liggen … je reis stopt daar niet. Luister niet naar boze, verdrietige gedachten en neem de vleiende bloemen niet serieus. Diep van binnen voel je wat ik je zeggen wil; Je bent dapper, sterk en mooi. Dus wandel, loop, rust, kijk om je heen en geniet van je weergaloos mooie reis. Zie je Zelf want dan pas zie je de ander. Geef je over aan dat wat is, stop met vechten en heb lief. Heb intens lief. Ik beloof je het uitzicht is Goddelijk…

 

©Anoeska Coopman

 

 

2 reacties op “Met je kruin tegen de hemel…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *