Zie jij wie ik zie?

Ooit keek ik naar buiten en verbeelde me dat de wereld die ik dacht te zien, met haar overweldigende scala aan emoties en invloeden, mijn eigen wereld was. Ik keek en zag woede voorbij stormen maar kon het niet kalmeren want ik ging mee in de allesverwoestende razernij. Ik zag intens verdriet passeren maar kon het niet troosten want ‘t overmande me en liet me in het donker achter. Jaloezie sloop langs maar was niet te stoppen omdat het me vergiftigde en verzwakte. Wanhoop dwaalde om mij heen maar kon het geen uitzicht bieden omdat het me radeloos en stekeblind maakte. Angst kwam onverwachts, greep me naar de keel en dwong me laf door de knieën te gaan. Ook maakte ik kennis met apathie en haar had ik werkelijks niets te bieden omdat het ook mij niets kon schelen. En ik zag afwijzing op afwijzing en wilde het continu voor zijn door ‘t af te wijzen maar weinig is harder en sneller dan ons oordeel.

En uiteindelijk na enige tijd was ik uitgeput, leeg. Doodmoe was ik van het naar buiten kijken en mijn slaafse volgen. Ik was ‘n weerloze toeschouwer die blind was gaan geloven dat het, woede, verdriet, jaloezie, wanhoop, angst, apathie en afwijzing zelf was. Ik kon nog maar één ding doen en dat was omdraaien en diep naar binnen gaan. Eenmaal binnen voelde ik rust en werd kalm. Ik voelde blijdschap en dankbaarheid begon te groeien. Ik voelde vrede en daar was vertrouwen. Maar ’t krachtigste van dit alles was de liefde die daar al die tijd al aanwezig was en geduldig wachtte op de dag dat ik naar binnen zou gaan. Het was liefde die mij welkom thuis heten.

Toen wist ik pas hoe ik naar buiten moest kijken en kon ik de schoonheid van elk leven zien. Zie ik nu woede aankomen stormen bied ik het mijn vrede en ‘t kalmeert. Zie ik verdriet passeren dan geef ik het mijn tijd en schenk ik ‘t licht van mededogen. Jaloezie blaas ik kusjes toe en bid voor haar genezing. Bij dwalende wanhoop doe ik mijn best om licht in de duisternis te schijnen. Angst deed nog een poging maar bood ik mijn vriendschap zodat we samen sterk kunnen zijn. Apathie schud ik graag wakker met ’n spontane omhelzing om ‘t tot verbinding te inspireren. En zo nu en dan komt afwijzing voorbij. Maar nooit ga ik meer in de verdediging of wil ik het voor zijn maar blijf ik waar ik ben. Want het is nu aan mij om mijn deur open te houden en geduldig te wachten op de dag dat ’t naar binnen kijkt en zich Zelf in de liefde herkent.

Ik heb je lief, zo lief. Kom naar binnen want buiten is het koud.
Anoeska

Deel dit bericht via: