Voor Don Quichot is het een eitje.

Mijn hemel, ik ben vanochtend opgestaan met een zero tolerance policy jegens huftergedrag. Het komt wel vaker voor. Het zijn van die ochtenden dat ik wakker word met een dusdanig scherp gevoel dat ik dan de illusie heb dat ik die dagen in mijn up de verhuftering kan tegengaan.

 

Schijnbaar breekt er dan ’s nachts iets in mij. Alsof ik me er letterlijk niet in kan berusten in de manier waarop sommige mensen denken ongehinderd de hufter uit te kunnen hangen, dit dan met of zonder sausje van geveinsde beschaafdheid. We komen ze in alle maten tegen en soms zijn we het zelf. Want al vraag ik me die dagen af of ik van een andere planeet kom, één ding weet ik zeker ik kom niet van planeet “Perfect”. Maar stel… stel dat ik van een andere planeet zou komen dan is het niveau waar we elkaar soms mee confronteren niet iets waar ik heftig enthousiast over naar huis zou schrijven. Tijdens dagen zoals deze komt de moraalridder in mij in alle vuur naar boven. Zij die kalm maar vlijmscherp elk, al dan niet tijdelijk, serpent, secreet en schobbejak aanspreek op ‘t wangedrag in een ijdele poging de verloedering van fatsoen en respect te beteugelen. Een soort van Don Quichot…

 

De laatste die ik vanmiddag op hun gedrag aansprak was een dame én een kassière in de supermarkt. Het was een nietszeggende situatie waar ik normaliter mijn schouders had opgehaald maar vandaag was normaliter niet en ik was al meerdere ‘windmolens’ die ochtend ‘te lijf’ gegaan dus deze kon er met gemak achteraan.

Ik sta als tweede in de rij voor de kassa te wachten en een dame komt aanlopen met haar boodschappen in haar armen. Loopt mij en de dame voor mij voorbij en knalt haar boodschappen op de band met de woorden “Ik heb pauze”, just like that, daar konden we het mee doen. Dame voor mij zegt niets. De kassière aanschouwt het tafereel maar zegt ook niets en begint doodleuk haar spullen te scannen. Ik daarentegen hoor de moraalridder in mijn hoofd tetteren “Nah jaah Noes, zeg er iets van!” Dus voor ik er over na kan denken trekt moraalridder haar mond open en zegt “Euhm… ik geloof niet dat ik dit aardig vindt! Vraag je of je voor mag, prima. Lach je op z’n minst vriendelijk als je voorbij loopt kan het nog enigszins door de beugel. Maar met een stalen snoet ons voorbij stampen alsof de normaalste zaak van de wereld is, nee! Dat is onbeschoft gedrag!” Vervolgens richt diezelfde moraalridder zich naar de kassière die rechtstreeks uit neutraal Zwitserland ingevlogen leek te zijn en zegt “ En dan doen alsof je doofblind bent en als een glimlachende robot die boodschappen gaan scannen… dat gedrag snap ik niet!”

 

Het gevolg van het outen van mijn innerlijke Don Quichot laat zich raden. Pauzedame en kassière voelde zich beide zwaar beledigd, sputterde nog iets van ‘pauze’ en ‘vriendinnen’ maar beide konden ze mij wel schieten en gingen gewoon door met het afrekenproces. En met dat laatste bedoel ik dan gewoon het afrekenen van de boodschappen niet van mijn persoontje, zo’n hoog huftergehalte was het nou ook weer niet. De dame voor mij die ook gepasseerd was deed alsof zij in een ander parallel universum vertoefde en dit alles niet meekreeg. Stond ik daar dan met een plofkop vol onuitgesproken woorden en een dozijn eieren moreel te wezen.

 

Ach ja, het zijn van die dagen dat die betweterige moraalridder alles ziet wat respectloos is en er ad rem op inspringt . Van die dagen waar ze ziet dat de grenzen van fatsoen en respect steeds meer opgerekt worden en waar zwijgen en wegkijken meer regel dan uitzondering aan het worden zijn. Van die dagen dat ze iedereen wil wakker schudden en roepen “Waar zijn we nou in hemelsnaam mee bezig?!” en van die dagen waar de ander dan als vanzelfsprekend roept “En wie denk jij wel dat je bent?!”  En waar dan telkens haar innerlijke Don Quichot vastbesloten in haar hoofd galmt ‘ik denk niets… maar voel dat dit niet klopt ’. Van die dagen dat ze gewoon niet haar mond kan houden. En op die dagen kan het dus voorkomen dat zij ongepland en spontaan de publiekstrekker van de plaatselijke supermarkt is. En vervuld van rechtvaardigheidsgevoel kloek met rechte rug en een dozijn scharreleieren te voet het pand weer uit marcheert. Want ze is dan soms een ridder met praatjes en breekt zo nu en dan graag een lans maar oude paarden moet je op stal laten…

 

“To dream the impossible dream, that is my quest.” ― Miguel de Cervantes Saavedra, Don Quichote

©Anoeska

Deel dit bericht via: